okno.be
= [ code31.org mxHz.org so-on.be ]

 

1. nieuwe expressievormen en hun culturele gevolgen

  print
 
De samenstelling van deze theoretische context gebeurt vanuit de invalshoek van de taal van nieuwe expressievormen en de nieuwe mogelijkheden tot communicatie en collaboratie die deze met zich meebrengen. De periode vanaf de intrede van de technologie in de kunst aan het begin van de 20ste eeuw tot aan de elektronische kunst van het huidige digitale tijdperk wordt vanuit de kunstfilosofie en mediatheorie onderzocht op zijn vernieuwende expressieve eigenschappen.
Het theoretisch onderzoek wordt gestructureerd aan de hand van volgende aspecten: historisch, cultureel, kritisch, esthetisch en technisch. Alhoewel deze verschillende aspecten niet in hokjes kunnen worden opgedeeld en het ene aspect invloed heeft op het andere en vice versa, wil ik het verloop van het onderzoek toch verduidelijken aan de hand van deze invalshoeken. De persoonlijke benadering komt aan bod in de casestudy van het project peopledatabase.

historisch
Er wordt een korte schets gegeven wordt van de beweegredenen en ‘ideologieën’ van de avant-gardes en de neo-avant-gardes. Wat was de positie van de kunstenaar binnen de groep? Welke nieuwe expressiemiddelen ontwikkelden ze? Welke invloed had de opkomst van de technologie op deze nieuwe uitdrukkingsvormen? Bracht deze nieuwe culturele productie een nieuwe vorm van perceptie en betrokkenheid teweeg? Hoe verschillend de beweegredenen [ideologisch, subversief, politiek, maatschappelijk of sociaal] voor de ontwikkeling van nieuwe expressievormen ook waren : allen hadden ze gemeen dat door hun vorm en door de integratie van de technologie een nieuwe vorm van communicatie en maatschappelijk bewustzijn geforceerd werd.

cultureel
De filosofie van Walter Benjamin is rechtstreeks verbonden met de radicale veranderingen die de integratie van de technologie binnen de kunst teweegbracht. ‘Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid’ is een belangrijk werk dat tot vandaag als referentie wordt aangehaald in de discussie over kunst en technologie en alle maatschappelijke en sociale gevolgen vandien.
De invloed van de technologie op de rol van de kunstenaar en de status van het kunstwerk heeft verschillende benaderingen binnen het modernisme, het postmodernisme en de digitale cultuur. De voornaamste eigenschappen en verschillen tussen deze drie strekkingen worden geformuleerd vanuit hun specifieke culturele context.

kritisch
Als lid van de Frankfurter Schule ontwikkelde Adorno een filosofie waarin hij de verdediging van het modernisme op zich neemt en waarin hij de kunst via zijn autonomie een sociaal-kritische plicht toeschrijft. Ook zijn analyse van de cultuurindustrie wordt hier belicht.
De filosofie van Jacques Derrida loopt als een rode draad doorheen de verschillende theoretische en praktische onderdelen. De begrippen intertekstualiteit en deconstructie komen terug in de benadering van verschillende aspecten. Ook naar het differentiedenken van Derrida -de nadruk op het procesmatige dat zich voortdurend realiseert binnen het verschil- wordt regelmatig gerefereerd.
Aan de hand van enkele essays worden volgende relaties onderzocht op hun [al dan niet vermeende] bipolariteit : kunst en wetenschap, perceptie en interpretatie, inhoud en vorm. Reflecties over nieuwe benaderingen in kunst en wetenschap worden geformuleerd aan de hand van het discours dat C.P. Snow in 1959 lanceerde met zijn lezing “Two Cultures and the Scientific Revolution”. De relatie tussen de wereld van de kunst en de wereld van de wetenschap wordt hier geproblematiseerd. Susan Sontag repliceert hierop in haar essay “One Culture and a new Sensibility” [1964]. In “Against Interpretation” wordt onderzocht welke invloed de interpretatie van de kunstkritiek heeft bij de perceptie van een werk. “On Style” onderzoekt de relatie tussen inhoud en vorm.
Aansluitend wordt het essay van Roland Barthes behandeld, waarin hij stelt dat ‘de Dood van de Auteur’ een nieuwe perceptie van het kunstwerk met zich meebrengt. Het autonome kunstwerk introduceert de interactie en legt de nadruk op de rol van het publiek.

esthetisch
Het literair werk van Gertrude Stein is een scharnierpunt tussen het theoretisch onderdeel en de praktische casestudy. Met haar specifieke taalgebruik dat gesitueerd is in de ‘continuous present’ introduceert zij een nieuw tijdsbegrip dat op een dynamische, niet lineaire structuur gebaseerd is. Haar idiosyncratische taal met zijn vrije syntax benadrukt een vormelijke autonomie van het kunstwerk. In haar grensoverschrijdende benadering van genres en onderwerpen legt ze dan weer het accent op de pluridisciplinaire eigenschappen die eigen zijn aan het postmodernistische gedachtengoed.
De esthetiek van de nieuwe media wordt onderzocht aan de hand van de mediatheorie van Marshall McLuhan, Lev Manovich en Oliver Grau. Manovich belicht in zijn werk ‘The Language of New Media’ de nieuwe esthetische eigenschappen vanuit de hermediatie tussen de nieuwe media en de traditionele film. Oliver Grau plaatst de esthetische eigenschappen van virtual reality environments dan weer binnen een breder historisch kader.

technisch
Vilém Flusser is één van de eerste 20-ste eeuwse filosofen die een positieve theorie ontwikkelt heeft over de technische media. Hij creëert een dialoog tussen de ‘klassieke filosofie’ en de wereld van de techniek. Met zijn zelfontworpen begrippenapparaat analyseert hij op duidelijke manier de werking van de technische beelden. Welke autonomie heeft het digitale beeld in onze hedendaagse cultuur? Welk verhaal wordt er verteld? Kan er gesproken worden van een nieuwe [media] cultuur die functioneert als een dynamisch, open systeem?

praktisch : het project peopledatabase
Een ‘nieuwe media’ werk -of het nu gaat om tekst, beeld of klank of een combinatie ervan- onderscheidt zich in die zin van een ‘oude media’ werk dat het gebruik van de technologie niet slechts ten dienste staat van de uitvoering van het concept, maar dat de technologie een wezenlijk onderdeel is zonder hetwelk het werk niet zou kunnen bestaan. De technologie -de computer en de software, maar ook de culturele en sociale omgeving- en de kunstenaars maken deel uit van eenzelfde systeem waarin de verschillende elementen mekaar continu veranderen en in evenwicht houden.
Vanuit deze definitie volgt een korte omschrijving van het project peopledatabase. In het praktijkgerichte deel zal dit project uitvoerig geanalyseerd worden op zijn productie- presentatie- en perceptie aspecten.
Peopledatabase is opgezet als een collaboratief multimedia project. Peopledatabase/net organiseert zich sinds 1997 in continue aangroei op het internet, terwijl peopledatabase/essential-emptiness gedurende 1 maand als installatie gepresenteerd werd in de publieke ruimte.
In tegenstelling tot de peopledatabase/net -waaraan anonieme participanten vrijblijvend een tekstueel of audiovisueel zelfportret bijdragen via een netwerk van onbestemde pasfoto’s die fungeren als placeholder- wordt in het onderdeel peopledatabase/essential- emptiness aan vijf vrouwelijke kunstenaars gevraagd een origineel audiovisueel zelfportret te creëren dat deel zal uitmaken van een collaboratief project. In de installatie zullen de zelfportretten modulair gedeconstrueerd worden en volgens variabele parameters gereconstrueerd worden binnen de context van een ‘continuous present’, waarbij de constructie van een identiteit in vraag wordt gesteld.
De doelstelling van dit project is de sociale en esthetische verschillen te onderzoeken die zich voordoen in de twee fases van het project. De rol van de individuele kunstenaar tegenover het anoniem individu, die beiden functioneren binnen een collectieve context. De specifieke esthetische aspecten, eigen aan een virtuele presentatie en een fysieke presentatie. De rol van het publiek en de veranderende perceptie bij locatieve werken en dislocatieve werken.
De rol van de coördinator/moderator/curator/vertaler in de twee verschillende productie- en presentatiebenaderingen.
De timebased presentatievormen van beide stadia leggen de nadruk op de individuele manier waarop de toeschouwer het materiaal exploreert, eerder dan op de inhoud an sich. De inhoud blijft in wezen onveranderd, de uiteindelijke compositie van het werk gebeurd door de interactie en perceptie van de gebruiker.


 

 


 

okno --- koolmijnenkaai 30/34 --- 1080 brussels --- belgium --- steklo♥okno.be --- tel +32 2 410 9940