okno.be
= [ code31.org mxHz.org so-on.be ]

 

4. kunst als maatschappijkritiek

  print
 
Theodor Adorno [1903-1969] was één van de belangrijkste denkers van de Frankfurter Schule, en droeg in belangrijke mate bij aan de kritische theorie die daar ontwikkeld werd. Hij schreef over filosofie, psychoanalyse, muziek en sociologie. Gedurende zijn tijdelijk verblijf in Amerika leidde hij het Princeton Radio Research Project, waardoor hij vertrouwd werd met de werking van de moderne media.

De kunstsociologie van het Institut für Sozialforschung [waar Adorno gedurende een tijd directeur was en samenwerkte met Benjamin en Horkheimer] legt de accenten binnen de kunstkritiek op dialectiek en negatie. Kunst wordt hier beschouwd als een verweer van de mens tegenover de druk van de maatschappij, maar tevens draagt diezelfde kunst de objectieve eigenschappen van die maatschappij in zich. In deze, op neomarxistisch ideeëngoed geïnspireerde kunstkritiek, ligt de nadruk op het sociale onderzoek van het ‘fenomeen kunst’. De essentie en de kenmerken van een werk worden onderzocht, de [ideologische] waarde van het werk bekritiseerd, het proces van creatie, distributie en receptie wordt geanalyseerd.


cultuurindustrie en controle
Adorno ontwikkelt een kritiek op de cultuurindustrie, die volgens hem totaal onderworpen is aan een economische structuur. Ruilwaarde en statusverering krijgen hier de overhand, van echte cultuur is er geen sprake meer. De moderne media zoals radio en televisie, maar ook bepaalde kunstvormen worden hier onder schot genomen. De producten van deze moderne media zijn perfect inwisselbaar en zijn totaal gelijkvormig, en dit doordat ze hetzelfde doel nastreven [de kijkcijfers] en eenzelfde taal hanteren [deze van de communicatie]. Een duidelijk voorbeeld hiervan zijn de reality-show concepten die in elk land in nauwelijks aangepaste vorm terugkomen. Deze reductieve en regressieve eenheidsvorm heeft de uiteindelijke controle over het publiek als doel, door alles te onderwerpen aan de macht van de kapitalistische cultuurindustrie. Kijkcijfers, kostprijzen en lonen worden opgevoerd als kwaliteitslabels. De bedrijfswereld als sponsor is de nieuwe mecenas. Alle gebruikswaarde wordt vervangen door de ruilwaarde : wat brengt dit op in economische termen? De enige waarde die een kunstwerk nog wordt toebedeeld is bijgevolg de sterrenstatus. En niet alleen de producten, maar ook de consument zelf wordt inwisselbaar met de andere consumenten. Geregeerd door de cultuurindustrie ondergaat de consument deze producten in een kritiekloze passiviteit die hem uit de dagelijkse realiteit laat ontsnappen. Tot zelfs zijn reacties toe worden op voorhand in de producten bepaald en vastgelegd [bvb. een lachband in soapseries]. De cultuurindustrie lokt de consument met holle beloftes die niet mogen worden ingelost want ze moeten telkens opnieuw lokken. De cultuurindustrie hanteert de taal van de reclame, en verheft deze taal zondermeer tot kunst.

Erg genoeg wordt in onze actuele maatschappij het systeem van de cultuurindustrie aanvaardt als norm, alle authentieke ervaring wordt uitgesloten. Degene die ertegen ingaat is intellectualistisch en te ernstig. En toch is het juist de taak van de kunst om in te gaan tegen dit gebod en verbod, tegen de voorgekauwde patronen van dit cultuurkapitalisme.


de kritische theorie
Adorno weigerde één geïntegreerde kunsttheorie te ontwikkelen omdat dit een systematisering van de kunst zou inhouden. En dit was nu juist wat hij met zijn Kritische Theorie wou bestrijden.

Adorno stelt in zijn Kritische Theorie het samengaan van theorie en praktijk voorop. De praktische studie van een werk is tegelijkertijd de theorie erover. Elke studie van een project is uniek en vermits elk project anders is heeft het dus ook zijn eigen theorie en onderzoeksmethode. Adorno verwerpt alle vorm van horizontale of verticale hiërarchie in het onderzoeksproces van een project, maar stelt daartegenover fragmenten uit het proces als gelijkwaardige elementen naast mekaar. Deze nevenschikking noemt hij parataxis. Visueel geeft hij dit weer als evenwichtige, naast mekaar gestelde delen die concentrisch om een middelpunt geordend zijn. De echte kern ontbreekt, hij bestaat enkel door de constellatie van de paratactische delen.

Adorno weigert vaste definities van begrippen te geven. De waarheid ligt in het altijd veranderende, in de dynamiek. Een begrip als ‘identiteit’ wordt door dan ook zeer kritisch behandeld. ‘Identiteit’ in de kunst - in de negatieve zin van het woord - wil vastpinnen, en dat is nu juist alles waar Adorno tegenin gaat. Het vastleggen van een ‘Identiteit’ draagt een zekere weerstand tot verandering in zich en werkt daardoor reductief. Kunst moet kritisch zijn, eigenzinnig, telkens anders en nooit inwisselbaar. De context wordt dus zeer belangrijk. Aansluitend op deze dynamische benadering van de kunst is het benadrukken van het complexe karakter ervan. De helderheid, eenvoud en rationaliteit in de structuralistische uiteenzettingen zijn volgens Adorno een verarming en een miskenning van de dynamiek en de complexiteit die bestaat binnen de kunst en de wetenschap, en die volgens hem zo getrouw en complex mogelijk moet weergegeven worden.

De boodschap van de kunst zit in de vorm, en deze vorm is a a-priori moeilijk en ontoegankelijk in de zin van dynamisch en complex. Want als kunst te expliciet wordt, is het geen kunst meer. Het cruciale kenmerk van kunst is dat het ‘nee’ zegt tegen het kapitalistische systeem, onder de vorm van ‘negativiteit’. Deze ‘negativiteit’ is geen verwerpen noch transcenderen van de realiteit, want kunst moet kritiek uitoefenen en staat dus met beide benen op de grond. De ‘negativiteit’ kan het best verwoord worden als een dialectische relatie, die het negatieve element waar het kritiek op heeft bewaart en laat meespreken op de achtergrond. De ‘negativiteit’ heeft het niet expliciet over datgene waar het ‘nee’ tegen zegt, want op deze manier zou de kunst een pamflettair karakter krijgen, maar laat daarentegen het negatief [of de negatieve gevolgen] zien van datgene waartegen het zich [niet expliciet] afzet binnen de maatschappij.

Kunst is het negatief van de maatschappelijke tendens tot standaardisering en gelijktrekken van de normen. Elk kunstwerk is uniek en onvervangbaar, oninwisselbaar voor iets anders. In die zin is kunst ook het negatief van ‘identiteits’denken. Kunst is gebaseerd op de verschillen, niet op de gelijkenissen. Kunst is ook het negatief van taal als communicatie want die benadering heeft een uitschakeling van het kritisch vermogen tot gevolg. Rationele, gestroomlijnde taal is deze van de reclame. Kunst als taal staat niet ten dienste van iets anders. Taal = vorm, en de boodschap zit in de vorm. Kunst is een taal die de aandacht vestigt op zichzelf, zoals het geval was bij de avant-gardes. Aangezien kunst niet dienend maar wel kritische en autonoom is, kan zij bijgevolg ook geen ideologische doelstellingen hebben.

De steeds veranderende vorm van kunst laat zich niet recupereren. Theorie is praktijk, oppervlakte- en dieptestructuur zijn één, vorm is inhoud, en vice-versa. Er is geen verbod of gebod, en kunst maakt daarom ook gebruik van lelijke en onaangepaste vormen om alle censuur van het systeem te ontzenuwen. Kunst is overtreding, en in die zin ook een antisysteem. Kunst is ook het negatief van het abstracte conceptuele denken, dat functioneert op basis van het onderscheid tussen praktijk en theorie. Concepten die achteraf op kunstwerken worden toegepast reduceren de vorm tot de boodschap van de inhoud, terwijl de betekenis juist zit in het spel van de vorm.

In zijn kritische theorie ontpopt Adorno zich dus als een fervent verdediger van de modernistische waarden. De kunst moet de onopgeloste tegenstellingen van de maatschappelijke werkelijkheid vertalen in een vorm die haar eigen is, chaotisch, dissonant en niet-identiek. En het is in deze esthetische vorm en niet in de concrete inhoud dat de band tussen kunst en samenleving gezocht moet worden : de problemen moeten zichtbaar gemaakt worden. Het gaat hier dus niet om een inhoudelijke, maar wel om een formele verwantschap. Kunst doet pijn. Kunst werkt niet verzoenend. Kunst is compromisloos. Hierin zit de mooie ervaring van de kunst, op deze manier werkt kunst bevrijdend.

Naast de esthetische vorm speelt ook de gebruikte techniek een rol in de relatie kunst en maatschappij. De technieken die bij het totstandkomen van een werk gebruikt worden, zijn een weerspiegeling van [de evolutie van] de actuele maatschappij, maar voor de kunst zijn ze niet inhoudelijk doch enkel formeel van belang, want de kunst moet zijn autonome kritische functie blijven behouden.29

referenties
29. Kritische theorie, Esthetische theorie en kritiek op de Cultuurindustrie – Theodor Adorno
samengevat uit : Denken over Kunst, A. van den Braembussche – uitgeverij Coutinho, 2000
Algemene inleiding tot de literatuurwetenschap, B.Vervaeck – VUB uitgaven, 2003
Tekens aan de wand, W. Elias – Uitgeverij Hadewijch, 1998




 

 


 

okno --- koolmijnenkaai 30/34 --- 1080 brussels --- belgium --- steklo♥okno.be --- tel +32 2 410 9940