okno.be
= [ code31.org mxHz.org so-on.be ]

 

6. de continuous present

  print
 
Het werk van Gertrude Stein vormt het scharnierpunt tussen het theoretische en het praktische deel van deze thesis. Haar essay ‘composition as an explanation’44 wordt gebruikt als uitgangspunt voor de realisatie van de multimedia installatie Essential Emptiness. Stein introduceerde met haar ‘continuous present’ een nieuw tijdsbegrip, dat niet meer lineair maar wel dynamisch georiënteerd was. Ook haar benadering van de thema’s ‘identiteit’ en ‘zelfportret’ zijn een belangrijke referentie voor het project peopledatabase / essential emptiness.

Gertrude Stein was een excentrieke Amerikaanse avant-garde schrijfster die zich als zelfuitgeroepen ‘genie’ positioneerde binnen de intellectuele gemeenschap van kunstenaars en schrijvers die in Parijs in de eerste helft van de 20ste eeuw actief waren. Haar huis fungeerde als een artistiek salon dat gefrequenteerd werd door kunstenaars als Picasso, Braque, Matisse, Hemingway en andere beroemdheden. Haar oordeel over een werk kon reputaties maken of kraken. In haar eigen werk integreerde ze de Kubistische theorieën over perceptie, ruimte en tijd die getransformeerd werden onder de vorm van gelijktijdigheid en fragmentatie. In haar litteratuur komt dit tot uiting in de creatie van haar ‘continuous present’, in het gebruik van steeds licht verschillende herhalingen en in een extreme simplificatie van de taal.

In het essay ‘composition as explanation’ dat gebaseerd is op lezingen die ze gaf in 1926 aan de universiteiten van Oxford en Cambridge, verdedigt ze tegenover haar tijdgenoten/critici het gebruik van abstractie en fragmentatie in haar schrijfstijl die dikwijls als moeilijk en zelfs onverstaanbaar gecatalogeerd werd.
Bij het grote publiek is zij vooral bekend met haar boek ‘The autobiography of Alice B.Toklas” [1933]45 , waarin ze haar eigen biografie schrijft onder de naam van haar levensgezellin Alice B.Toklas.
Three Lives [1909], the “Making of the Americans”[1925], ‘Everybody’s Biography’ [1937] e.a. krijgen in hun tijd niet de litteraire aandacht die ze voor hun vernieuwende vorm verdienen. Voor de meeste mensen zal ze blijven voortleven in de zin ‘rose is a rose is a rose is a rose’ [1913, Sacred Emily in Geography and Plays] die in alle eenvoud aantoont dat men zich in beschrijvingen niet kan tevreden stellen met één gezichtspunt of invalshoek en dat een woord automatisch verschillende associaties oproept.

Als modernist introduceerde ze verschillende de elementen en eigenschappen die later door het postmodernisme gerecupereerd. Fragmentatie, het probleem van de representatie, gender, etniciteit, mobiliteit en een grensoverschrijdende interesse in de andere kunsten zijn onderwerpen die doorheen haar ganse werk terugkomen.

vorm en stijl bij Gertrude Stein
Een van de voornaamste eigenschappen die terugkomt in alle avant-garde stromingen is de nadruk op het heden, het tegenwoordige. Daar waar de futuristen en de dadaïsten uiterst radicaal tewerkgaan om met hun provocerende taal enerzijds en hun nonsens taal anderzijds alle heilige huisjes omver te werpen en, concentreren de Kubisten zich eerder op een nieuwe vorm van perceptie. In hun gefragmenteerde voorstellingen onderzoeken schilders zoals Picasso en Braque een nieuwe vormentaal die het onderwerp tegelijkertijd vanuit verschillende hoeken belicht en het op die manier zo volledig mogelijk tracht voor te stellen. Deze analytische vorm past Gertrude Stein ook toe in haar litterair werk. Beschrijvingen prefereert ze ‘meditaties’ te noemen, omdat dit woord beter een associatieve, niet-definitieve gedachtegang omschrijft.

Haar omschrijven zijn circulair, repetitief zonder in exacte herhalingen te vervallen en ze maakt gebruik van een gedeconstrueerde zinsbouw die zijn eigen logica in zich draagt : kort en krachtig.
Susan Sontag omschrijft deze stijl in haar essay ‘on style’ [p 35] als volgt :

“The circular repetive style of Gertrude Stein expresses her interest in the dilution of immediate awareness by memory and anticipation [what she calls association] wich is obscured in language by the system of the tenses.
Stein’s insistence on the presentness of the experience is identical with her decision to keep to the present tense, to choose commonplace short words and repeat groups of them incessantly, to use an extremely loose syntax and abjure most punctuation.
Every style is a means of insisting on something.”


Een soortgelijke idiosyncratische en synesthetische benadering met een accent op het non-narratieve vinden we iets later ook terug in het werk van Samuel Beckett, William Burroughs en Jonh Cage.46
Stein was radicaal vernieuwend in haar schrijven doordat ze zich subversief afzette tegen eerdere literaire tradities. Haar verschillende werken ondermijnen steeds de algemeenheden van elk genre, en kunnen bijgevolg nooit echt in een bestaande literaire categorie worden ondergebracht. Elke tekst van Stein draagt kenmerken van verschillende genres in zich, en bijgevolg kunnen we haar, als pionier, één van de eigenschappen toeschrijven die later door het postmodernisme als revolutionair en grensoverschrijdend werden aangedragen.

Alhoewel Stein lesbisch was, en daarbij ook nog een notoir feministe, legt ze hierop geen militante nadruk in haar werk. Men kan haar seksuele geaardheid wel aanvoelen als een onderstroom doorheen haar oeuvre, maar in haar schrijven positioneert ze zich gewoonweg zonder schroom als een ‘mannelijk’ genie [“genius is nothing but an extraordinary manifestation of the body”]47 zonder daarom de provocerende linguïstische codes ervan over te nemen.
Stein hanteert deze lesbische problematiek niet door een provocerende feministische houding, maar integreert ze voornamelijk in de vorm van haar werk.
Haar interesse in identiteit en representatie en de vragen die ze zich hierbij stelt worden o.a. in haar portretbeschrijvingen door een niet-definitieve, repetitieve en non-lineaire vorm veruiterlijkt. Ze heeft duidelijk problemen met het klassieke concept van identiteit – voor haar bestaat er geen vaste identiteit. Een vaste identiteit is regressief, en deze weerstand tot verandering leidt tot een reactionaire houding.

Dat een stijl ook steeds sociaal- en historisch gerelateerd is komt in haar werk duidelijk tot uiting. Zowel haar seksuele geaardheid als het feit dat ze als Amerikaanse schrijfster in vrijwillige ballingschap leefde droegen ertoe bij dat Stein een marginale positie innam binnen de culturele wereld. Haar sterke verbondenheid met de kubistische intellectuele gemeenschap die zich, in tegenstelling tot de provocatieve futuristen, meer als een gesloten [enigszins bourgeois] bohémiengezelschap opstelde zorgde ervoor dat haar leef- en werkwereld zich in beperkte maar wel zeer internationaal geïnspireerde kring afspeelde.

In haar preoccupatie met de autobiografie stelt Stein vragen over het ‘zelf’ en de wijze waarop dit onderwerp kan weergegeven worden. Haar benadering daarover is in die zin postmodern dat ze het ‘zelf’ constant herschrijft, dat ze continu meerdere inzichten mogelijk maakt. Eén zelf bestaat niet. Zowel in haar gefingeerde autobiografieën [o.a. Alice B.Toklas als bekendste] als in andere teksten behandelt en herwerkt ze herhaaldelijk deze stelling. In ‘Everybody’s Autobiography’ [1937]48 schrijft ze :

“And identity is funny being yourself is funny as you are never yourself to yourself except as you remember yourself and then of course you do not believe yourself.
That is really the trouble with an autobiography you do not of course you do not really believe yourself why should you, you know so well so very well that it is not yourself, it could not be yourself because you cannot remember right and and if you do remember right it does not sound right and of course it does not sound right because it is not right.
You are of course never yourself.”


Hier beschrijft Stein het cruciale probleem van een persoon die zijn of haar autobiografie probeert te schrijven. Het tijdsverschil dat door de handeling van het ‘herinneren’ op zich ontstaat, bewerkstelligt de kloof tussen het zelf op het moment van het schrijven, en het zelf waarover geschreven wordt.
Juist dit tijdsverschil maakt dat datgene wat geschreven wordt niet juist is en daardoor ook niet juist klinkt. In feite zouden er geen referenties naar het verleden gemaakt mogen worden, en zou alles zich in het heden moeten afspelen.
De compositie van de tegenwoordige tijd is haar artistieke uitdaging, of het nu een essay, een autobiografie of een dramatekst betreft.
Wanneer de nadruk zo sterk op het tegenwoordige gelegd wordt, bemoeilijkt dat uiteraard het schrijven van een autobiografie. En daaruit volgt dat ‘you are never yourself to yourself’, vermits men op het moment van het beschrijven van zichzelf alweer iemand anders, meer, verder is dan de persoon in de tijdsfractie die men beschrijft. Een goed ‘Stein’ zelfportret kan vanuit deze benadering vergeleken worden met een open ecologisch systeem dat continu zijn eigen parameters gaat aanpassen en zichzelf op een dynamische wijze in evenwicht houdt.
In elk geval is Stein’s behandeling van ‘de autobiografie’ experimenteel en subversief te noemen voor het genre.

Een literaire vorm die Stein absoluut niet toegenegen is, is de klassieke narrativiteit. In haar onconventionele benaderingen en haar experimenten met taal wil ze haar publiek voortdurend op het verkeerde been zetten. Continuïteit is daarbij uit den boze. En continuïteit is nu juist de eigenschap waarop een narratieve structuur gebaseerd is. Maar Stein gaat haar eigenwijze weg en heeft haar eigen ideeën over literatuur en schrijven, die ze ten volle uitspeelt in het door mekaar halen van verschillende genres.
In volgend fragment [how to write, 1931] deconstrueert ze op analytische wijze het artificiële van het concept ‘continuïteit’ :

“ A narrative might be what if older older than they were said said so might be said so might be said so. A narrative is as they wish. A great many people to see Africa. To see Africa. Glenway Westcott to see Africa. A narrative to see Africa a narrative of to see to see Africa. What is their difference. “

Ze legt hier de nadruk op de ‘discontinuïteit’ die volgens haar inherent is aan een narratieve benadering. “Als we iets willen vertellen kunnen we nooit uitgaan van één narratieve lijn. Dit verhaal van Westcott’s trip naar Afrika houdt ook in hoe we ‘Afrika zien’, en ‘zien’ vraagt dan weer om meer uitleg over perceptie, enz. enz.”

De ene gedachte brengt de andere voort, het ene woord een ander, en men komt nooit tot één duidelijke lijn. In zijn displacementtheorie49 stelt Derrida dat de breuk op zich tussen de signifié en de signifiant in de representatie datgene is waar het werkelijk om gaat. Elke ware werkelijkheid verdwijnt, en het betekende wordt geproduceerd door de verschillen die ontstaan tussen de betekenaren. Het betekende zelf is nooit in levende lijve aanwezig, het is nooit definitief. Men komt als het ware altijd te laat om het betekende zelf te ontmoeten. Er is sprake van een onophoudelijke verschuiving, een voortdurende displacement. De displacement-theorie van Derrida was bij Stein reeds alom tegenwoordig.

Stein stelt nog dat het consequent presenteren van een narratieve lijn zou inhouden dat men kan terugvallen op een chronologische orde, die dan weer van een bepaalde, selectieve tijdsstructuur afhankelijk is. En dit is nu juist het tegenovergestelde van haar opvatting over tijd. Zij wil een radicale breuk met een tijdsstructuur die terugvalt op de klassieke indeling verleden-heden-toekomst. Ze is tegen een lineaire tijdsbenadering, tegen chronologie maar voor een verstoord tegenwoordig tijdsbegrip dat tot uiting komt in een verstoorde taal.
Hieruit kunnen we nogmaals concluderen dat Stein een postmodernist avant la lettre was. Haar interesses voor onderwerpen als identiteit en representatie, gender, pluridisciplinariteit, kortom het overschrijden van genres en het steeds opnieuw connecteren in het heden, situeren zich in de vernieuwende vorm van haar taal zelf. Postmodernist in haar interesses, modernist in haar vormelijke vernieuwing, haar analytische benaderingen en haar onophoudelijk gefragmenteerd contextualiseren in het heden : deze eigenschappen leiden in onze actuele cultuur naar een definitie van het abstracte eclectisme van het internet.50

In de modernistische benadering van Stein en bepaalde van haar tijdgenoten worden de klassieke noties van tijd, memorie en historie verworpen ten voordele van een non-narratieve representatievorm. In hun kunstwerken staat de vorm als teken centraal : het onderwerp van de kunstenaar is het spel met woorden, met materialen. In de compositie worden ze gebruikt op een manier die nooit éénduidig is, die van context tot context verandert en die het publiek zelf tot combineren aanzet.

Evenals in het hypertext-systeem bevindt de betekenis van ‘tijd’ zich in de ‘continuous present’ : we betreden een domein waarin elk moment op zich benadrukt wordt en elk woord teruggaat op andere woorden binnen het systeem. De begrippen deconstructie en intertekstualiteit51 bij Derrida - “is de eerste zin van een tekst werkelijk het begin, en de laatste zin het einde? Waar begint een tekst en waar houdt die op?” - behandelen dezelfde problematiek. Er is geen referentie meer naar externe betekenissen. Deze fragmentatie van de realiteit door destructie van het lineaire model was de voornaamste ambitie van de modernisten. Zuivere herhaling wordt hierbij vanzelfsprekend onmogelijk. Ook het informatieaanbod op het internet is zo ongelooflijk divers dat éénduidige visies onbestaand worden. Het online environment of de virtual space overschrijdt elke klassieke notie van tijd en geeft een voortdurend gefragmenteerd beeld van de geschiedenis, van het verleden. Een lineaire benadering is door het gebruik van hyperlinks onbestaand. Ieder creëert zijn eigen verhaal, naar zijn eigen behoeften.

Deze methode is gemodelleerd op de cognitieve processen van de menselijke geest. Stein beschreef de menselijke geest reeds op die wijze, waarbij ze de metafoor gebruikte van de wereld gezien uit de lucht :

“The human mind has neither identity nor time. It is a flat land seen from above. Human nature, on the other hand, is represented by its inability to transcend a single viewpoint : it is the land seen from the ground.”

Deze eigenschap moet het internet in elk geval toegeschreven worden : het geeft ons de mogelijkheid om kennis te maken met een globale geografische wereldgeschiedenis. En de verantwoordelijkheid om deze kennis tot zich te nemen ligt bij de gebruiker. Om nogmaals Stein te parafraseren : ‘the only unity worth having is a unity of plurality’.

Het is Stein’s bedoeling om de primaire processen van perceptie en denken terug in ere te herstellen ‘to express things seen not as one knows them but as they are when one sees them without remembering having looked at them’.
En om het onnatuurlijke ‘realistische’ proces van de logische en lineaire narrativiteit te overstijgen grijpt Stein naar het natuurlijke proces van het irreële, associatieve schrijven in de continuous present.

“Everything is the same except composition and as the composition is different and always going to be different everything is not the same. So then I as a contemporary creating the composition in the beginning was groping toward a continuous present, a using everything a beginning again and again and then everything being alike then everything very simply everything was naturally simply different and so I as a contemporary was creating everything being alike was creating everything naturally being naturally simply different everything being alike.”
Composition as Explanation
52

‘Naturally simply different’ is hier uiteraard ironisch bedoeld, te meer dat de nadruk telkens gelegd wordt op “beginning again and again and again”. Stein verklaart dit ‘beginning again and again’ als ‘creative thinking’, een denken dat via zijn telkens herdenken de concepten vollediger maakt. En deze voortdurende repetities hebben uiteraard niets te maken met het klassieke concept van herhaling. Dit is voor haar het verschil tussen creatief denken en theoretiseren.

“a great many think that they know repetition when they see or hear it but do they. A great many think that they know confusion when they know or see or hear it, but do they. A thing that seems to be exactly the same thing may seem to be a repetition but is it ...
... what I wrote was exciting although those that did not really see what it was thought it was repetition. If it had been repetition it would not have been exciting but it was exciting and it was not repetition. It never is. I never repeat that is while I am writing.”
Portraits and Repetition


Het gaat hier dus eerder om een schrijven als différance, zoals Derrida het verwoordt in zijn differentietheorie53 . In deze theorie verzet Derrida zich tegen het logocentrisme, de hegemonie van de gesproken taal. Hij introduceert hiervoor het woord ‘différance’ waarin er geen hoorbaar verschil is met de term ‘différence’. Hiermee toont Derrida aan dat er verschillen zijn die aan de gesproken taal ontsnappen en enkel in de geschreven taal aanwezig zijn. Hieruit blijkt ook dat het schrift geen mimesis is van de gesproken taal, maar een eigen materialiteit bezit.

Stein stipuleert nog dat een zelfbewust en zelfverantwoordelijk proces van schrijven, dat gevat is tussen enerzijds het ontvangen van stimuli en anderzijds het productief verwerken van deze stimuli, noodzakelijk is. Het literair werk is als een onafhankelijk menselijk wezen dat luistert, ziet en hoort, en nooit is er herhaling. Het werk schrijft zichzelf, en het is deze benadering die de composities van Gertrude Stein zo natuurlijk, vernieuwend en spannend maken.

In het praktische onderdeel van deze thesis zal er uitvoerig op de literaire theorie en op de ideeën van Gertrude Stein teruggekomen worden. De continuous present als dynamisch tijdsbegrip is het uitgangspunt voor het ervaren van de realtime narrativiteit die binnen essential emptiness modulair gestructureerd is. Door zijn interactie met het systeem stelt de bezoeker zijn eigen verhaal samen. Anders gebeurt er niets.


referenties:
44. Selected Writings of Gertrude Stein – Composition as Explanation, p511-523

45. Gertrude Stein, The autobiography of Alice B.Toklas – Penguin Classics, London 2001
Alice B.Toklas was Stein’s werk- en levensgezellin. Samen runden ze gedurende 40 jaar hun litteraire salon in Parijs.

46. Over de idiosyncratische taal van Beckett, Burroughs en Cage :
Uit "The Unnamable" [ 1953 ], één van beroemdste romans van Beckett : "Where now? Who now? When now? Unquestioning. I, say I. Unbelieving. Questions, hypotheses, call them that. Keep going, going on, call that going, call that on."
William Burroughs is bekend voor zijn gebruik van de cut-up techniek, waarin hij stukken uit diverse teksten aan mekaar plakt om zo tot nieuwe teksten te komen. Een andere techniek bestaat uit zijn ‘word holes’. Dit zijn uitdrukkingen of groepen woorden die binnen een tekst regelmatig herhaald worden en vanwaaruit de lezer kan verspringen naar andere groepen woorden op een telkens andere manier. Een vroege vorm van hypertext.
‘Aleatoire’ muziek, is muziek waarbij in de compositie één of ander element van toeval ingebracht wordt. John Cage heeft deze techniek volop gebruikt binnen zijn werk. Als pionier van de elektronische muziek gebruikte hij instrumenten op een alternatieve manier en experimenteerde hij in zijn composities met een ‘randomfactor’ door introductie van elementen uit de I Ching.

47. dictum van Arthur Cravan, dadaïst.Geciteerd in Women and Dada, Naomi Sawelson-Gorse, MIT Press 2001

48. Every’s Autobiography, Gertrude Stein – Exact Change, Random House, 1993 – p70/71

49. Denken over Kunst, A. Van den Braembussche, p 328-329 – Uitgeverij Coutinho, 1994

50. aanzetten over ‘gender en genre’ bij Gertrude Stein en Stein’s ‘relatie’ tot het internet gecollecteerd uit Gender and Genre in Gertrude Stein - Franziska Gygax, Greenwood Press Connecticut, 1998 en www.tenderbuttons.com/

51. ibid. p 327

52. Gertrude Stein, Selected Writings – Composition as Explanation - Vintage Books edition, 1990, p520

53. Denken over Kunst, A. Van den Braembussche, p 331-335 – Uitgeverij Coutinho, 1994



 

 


 

okno --- koolmijnenkaai 30/34 --- 1080 brussels --- belgium --- steklo♥okno.be --- tel +32 2 410 9940