okno.be
= [ code31.org mxHz.org so-on.be ]

 

0. intro

  print
 
Continuum Cinema : the Vision Machine1 is een onderzoeksproject naar de productie-, presentatie en perceptie van collaboratieve werken in de hedendaagse kunst.
‘Cinema’ moet hier gelezen worden zoals gedefinieerd door Peter Greenaway : “ de totale som van alle technologieën die ingezet worden ter bevordering van het bewegend beeld : film, computer en digitaal beeld, en structuren als gesproken en geschreven woord, acting, montage, klank en licht”.
Het is een ruim onderzoek, dat gevoerd wordt vanuit de taal van de nieuwe media. Het project onderzoekt het ontstaan van nieuwe [collaboratieve] expressievormen sinds de historische avant-gardes tot in het digitale tijdperk, en plaatst deze binnen de evoluerende sociale en culturele context. Om de toekomstgerichtheid te benadrukken wordt er in de titel gebruik gemaakt van de term van Paul Virilio : “the Vision Machine”.

Het onderzoek wordt uitgewerkt aan de hand van een casestudy : het collaboratieve mixed media project peopledatabase.
Peopledatabase/net is een aangroeiende verzameling van anonieme zelfportretten die zichzelf organiseert binnen de virtuele publieke ruimte van het internet.
Peopledatabase/essential-emptiness contextualiseert specifieke zelfportretten binnen een collaboratieve multimedia installatie die gepresenteerd wordt in de fysieke publieke ruimte. De technologie speelt een cruciale rol in het productie- presentatie- en perceptie van beide onderdelen.

In deze thesis zullen volgende vraagstellingen onderzocht worden :
ß Wat is de rol van de kunstenaar binnen een collaboratief multimedia werk?
ß Verandert de status van het kunstwerk als er sprake is van een collaboratief werk?
ß Hoe wordt het publiek geadresseerd binnen een collaboratief multimedia werk?
ß Brengen nieuwe technologieën nieuwe vormen van perceptie teweeg?

De onderzoeksmethode bestaat uit volgende stappen :

In een eerste hoofdstuk zullen deze vragen theoretisch onderzocht worden. Nieuwe vormen van expressie zullen op hun historische, culturele, kritische, esthetische en technische aspecten becommentarieert worden vanuit de context van de 20ste eeuwse cultuur- en mediatheorie.

Het historisch kader refereert naar de samenwerkingsprojecten van avant-garde groepen als de Futuristen, de Dadaïsten, de Constructivisten en Fluxus. Brengen zij door hun radicale expressievormen een nieuwe vorm van esthetische en sociale communicatie teweeg?
Vertrekkende uit het werk van Walter Benjamin wordt de invloed van technologie en wetenschap onderzocht op de culturele en sociale status van de kunstenaar en het kunstwerk. Welke benaderingen vinden we terug in het modernisme en het postmodernisme? Verandert de status van kunstwerk en kunstenaar binnen de digitale maatschappij?
Theodor Adorno’s kritische analyse van de cultuurindustrie en zijn esthetische theorie die de autonomie en de sociaal-kritische functie van het kunstwerk centraal stelt sluiten hierop aan. De poststructuralistische filosofie van Jacques Derrida wordt niet als een apart onderdeel besproken, maar zijn theorieën over intertekstualiteit en deconstructie, en vooral zijn differentiedenken, lopen als een rode draad doorheen gans dit theoretisch hoofdstuk.
Een kritisch onderzoek naar de perceptie van het kunstwerk en de rol van de kunstkritiek wordt gevoerd aan de hand van enkele essays. De etische-esthetische benadering tussen inhoud en vorm en de onderzoeksmethode van de wetenschap worden hier belicht. C.P. Snow lanceerde het debat over de cultuurverschillen tussen het domein van kunst en wetenschap, Susan Sontag geeft er haar commentaar op. Sontag onderzoekt de rol van de kunstkritiek. Roland Barthes heeft het over “de Dood van de Auteur” en benadrukt de autonomie van het kunstwerk vanuit zijn structurele en vormelijke eigenschappen.
De literaire theorie van Gertrude Stein en de creatie van haar ‘nieuwe taal’ die ze situeert in een ‘continuous present’ fungeren als een scharnierpunt in dit onderzoek. Kunsthistorisch wordt Stein gesitueerd als een modernistische schrijfster, al kan ze evengoed als postmodernist avant la lettre beschouwd worden. Haar essay “Composition as explanation” is het ‘letterlijke’ uitgangspunt voor het productieproces van het onderdeel Essential Emptiness.

De taal van de nieuwe media en elektronische kunst worden belicht vanuit de mediatheorie van Marshall McLuhan, Lev Manovich en Oliver Grau. Welke zijn de specifieke esthetische kwaliteiten van het digitale beeld? Kan er in dit digitaal tijdperk gesproken worden van een hermediatie tussen de oude en de nieuwe media?
Het theoretische hoofdstuk wordt afgesloten met de filosofie van Vilém Flusser. Zijn digitale denken concentreert zich op de specificiteit van de technische beelden. Kan men spreken van digitale ‘schijn’werelden die ontstaan door de introductie van de computer als medium? De autonomie van digitale beelden wordt hier onderzocht.

In een tweede hoofdstuk wordt het productie- presentatie- en perceptieproces van het project peopledatabase geanalyseerd aan de hand van de specifieke aspecten van beide projectfases :
- een zelforganiserend collaboratief project dat zich presenteert binnen de anonieme virtuele presentatieruimte van het internet;
- een collaboratieve multimedia installatie die gepresenteerd wordt binnen de fysieke publieke ruimte.
De structuur van het project, de rol van de participanten, het collaboratief aspect en de inbreng van de digitale technologie worden onderzocht.
In beide gevallen wordt de rol van het publiek besproken en de twee stadia van het project worden gecontextualiseerd binnen het cultuurnetwerk.
In het onderzoek worden de resultaten van een beperkt veldonderzoek geïntegreerd. Bemerkingen van participanten en culturele actoren worden geanalyseerd.
In de synthese van deze casestudy zullen de onderzoeksresultaten worden samengevat : de objectgerichtheid in de expressiemethodes van het individu tegenover de procesmatigheid van het collectief, de autonome organisatiestructuur van nieuwe digitale kunstenaarscollectieven als zelfregulerende communities met hun specifieke cultuur en de eigenschappen van echte geconnecteerde samenwerkingsprojecten door evolutie van de digitale technieken.

referenties:
1. Peter Greenaway, geciteerd in Rees A.L. : A history of experimental film and video - BFI 1999


 

 


 

okno --- koolmijnenkaai 30/34 --- 1080 brussels --- belgium --- steklo♥okno.be --- tel +32 2 410 9940