okno.be
= [ code31.org mxHz.org so-on.be ]

 

9. besluit

  print
 
Uit de theoretische research rond dit onderzoek naar collaboratieve mediawerken [die veel ruimer was dan de neerslag die hier gepresenteerd wordt] stel ik vast dat zich in het huidige postmoderne/digitale tijdperk opnieuw een splitsing voordoet tussen twee culturen.
Zoals C.P. Snow het in 1959 al stelde in zijn essay ‘Two Cultures and the Scientific Revolution’, speelt zich in het actuele kunst- en cultuurlandschap een soortgelijk scenario af.

Met de algemene verspreiding van de computer is er sinds de jaren ’80 een nieuwe, digitale cultuur ontstaan, die een explosie kent in de actuele kunst en maatschappij.
Evenals tijdens het modernisme de introductie van de technologie zorgde voor het ontstaan van nieuwe expressievormen bij de avant-gardes, brengt het samenleven met de computer een nieuwe culturele benadering met zich mee binnen het hedendaagse kunstdomein.
Eigenlijk moet er gesproken worden van benaderingen in het meervoud, want daar gaat het over. Naar analogie met het ‘kunst en wetenschap’-debat in de moderniteit, kunnen we vandaag spreken van het ‘oude media en nieuwe media’-debat, al kunnen de twee culturen niet duidelijk in een zuivere tweesplitsing [en op de gebruikte media] afgelijnd worden. Er moet op een subtielere wijze een onderscheid gemaakt worden.
Want de verschillen spelen zich niet af op het niveau van de techniek [de hardware] op zich, en over wie al dan niet met de meest hoogsttechnologische snufjes een state-of-the-art kunstwerk in mekaar draait. Nee, het gaat hier over een algemene ingesteldheid, een bepaalde levensbenadering van het digitale tijdperk.

De vormen van communicatie en collaboratie die door deze verschillende benaderingen ontstaan hebben hun weerslag op de cultuur in het algemeen, en op de status en werkmethodes van kunstenaar en de perceptie van het kunstwerk in het bijzonder.
De oude media cultuur gaat uit van representatie en is objectgericht. Alle perceptie gebeurt vanuit het centrum van het individu. Er wordt continu naar verklaringen gezocht en dit neigt tot een -poging tot- classificatie en controle van de ‘reële’ wereld.
De nieuwe media cultuur gaat uit van experiment en analyse. De kunst situeert zich in het algoritme van een proces. De perceptie gebeurt vanuit een gedistribueerd cognitief netwerk waarin alles gebaseerd is op verandering : de wereld blijft een mogelijkheid die continu gerealiseerd moet worden.

Flusser stelde reeds dat het wantrouwen van de subjectieve, lineair denkende en historisch bewuste mens tegenover de kunstmatige werelden van de computer zich manifesteert als een angst tegenover het nieuwe dat in oude omschrijvingen en structuren niet gevat en dus niet gecontroleerd kan worden.
Om deze angst voor het nieuwe te overwinnen is een andere ingesteldheid nodig, die zich -om te beginnen- situeert in een goede kennis van de technische apparaten en de mogelijkheden die ze in zich dragen. Pas dan kan er sprake zijn van een natuurlijke samenwerking, waarin mens en machine deel uitmaken van hetzelfde systeem en waarin beiden een positieve invloed en evolutie op mekaar hebben.

Het huidige cultuurnetwerk doet er echter alles aan om het wantrouwen tegenover deze nieuwe ingesteldheid in stand te houden. Het is gestructureerd volgens de postmoderne principes van netwerking die nog steeds een nadruk leggen op het individuele en op de objectgerichtheid, en daarmee op de marktwaarde van kunstenaar en kunstwerk. Hopen energie worden dagelijks verspilt aan het verklaren en archiveren van [al dan niet digitale] kunstwerken. Op deze manier legitimeert een groot deel van de kunstsector zijn job en het overheidsgeld dat daarmee gepaard gaat.

Deze energie zou beter geïnvesteerd worden in de toekomst. Om deze tweesplitsing en dit wantrouwen uit de weg te werken moeten er vanaf de basis veranderingen worden ingevoerd. Een goede kennis van de historische en theoretische context is nodig, en technische inzicht en de kennis van nieuwe werkmethodes noodzakelijk. Aangezien deze achtergrond bij het gros van de -toekomstige- kunst- en cultuuractoren niet is aangeboren, moeten deze aangeleerd worden. Het is dus noodzakelijk om het educatief systeem te herzien, en de opleidingen aan te passen. Een goede basis van mediatheorie en computertheorie, aangevuld met een technische kennis van de apparaten, is een must voor elk persoon die zich in de actuele maatschappij -en daarmee ook in de kunst- op een vrije en interessante manier wil bewegen.
Op dit gebied zou de precaire situatie in België op zich het studieonderwerp van een thesis kunnen vormen. In het praktische onderdeel zullen we daar nog op terugkomen. Maar nu reeds kan gezegd worden dat er van overheidswege een wijdverspreide onverschilligheid bestaat tegenover deze nieuwe [digitale] kunstbenadering. Dit wordt maar al te duidelijk als we vergelijken met de ons omliggende landen, en specifiek Nederland, waar de overheid investeert in research en ontwikkeling zowel op theoretisch als op praktisch en educatief vlak.

Van zodra er door het huidige kunstcircuit een punt van overeenkomst tussen de oude en de nieuwe media wordt aangetroffen wordt er op ingehaakt als op een vertrouwde waarde. Vandaar dat er ook zoveel belang gehecht wordt aan het fenomeen ‘hermediatie’ van oude kunstvormen in nieuwe kunstvormen. In het theoretisch deel van deze thesis konden we dat al vaststellen in het pleidooi van Susan Sontag, die het beste van de twee werelden aan mekaar probeert te lijmen. Maar ook de beperkende benadering van Lev Manovich, die de filmstructuur opdringt als dé ideale structuur voor de computerkunstenaar, is gebaseerd op een terugvallen op het verleden in plaats van uit te gaan van de radicaal nieuwe mogelijkheden die de machine ons aanbiedt.

Ook de spektakelwaarde van de nieuwe elektronische [interactieve] installaties die in een netwerk van festivals en musea getoond worden, is een welkom aanknopingspunt voor het traditionele kunstcircuit. Tegenover de normvervlakking die deze pretparkpraktijken met zich meebrengt moet een kritische afstand bewaard worden. Gelukkig infiltreren binnen dit circuit ook projecten die in door hun vorm het negatieve van deze kapitalistische, marktwaardegerichte maatschappij decoderen op een manier die Adorno ons in zijn Kritische Theorie al uiteen zette.74

De echte interactiviteit van nieuwe mediawerken zit niet in het ‘op knopjes duwen die dan een reactie veroorzaken’ of in het gebruik van sensoren die door de bewegingen van het publiek geactiveerd worden, maar in de veranderde kijk van de kunstenaar én het publiek op de manier hoe cultuur en technologie met mekaar interageren.

Daarom is het belangrijk de uitwisseling van theoretische en praktische kennis van jongsaf over deze hokjesmentaliteit heen te stimuleren.
Dat we uit de geschiedenis van de kunst kunnen leren is een feit. Dat er zich een andere tijd aandient, waarin de ontwikkeling van een aangepaste houding tegenover kunst nodig is, is een ander feit. Virtuele en reële situaties zullen meer en meer op mekaar gaan inwerken en samenvallen. In een benadering waarin goed geïnformeerde personen en machines deel uitmaken van eenzelfde open en dynamisch systeem is de reële wereld als locatie niet meer belangrijk. Communicatie en collaboratie in de kunst vindt dan plaats over de afgelijnde grenzen van de reële wereld heen, en kan zowel fysieke als virtuele vormen aannemen, locatief of dislocatief zijn.
Op deze manier kunnen we spreken van het ontstaan van een nieuwe esthetiek, die zich situeert in de schoonheid van het proces van een geconnecteerde samenwerking.

referenties:
74. www.etoy.com/ is hier een goed voorbeeld van

 

 


 

okno --- koolmijnenkaai 30/34 --- 1080 brussels --- belgium --- steklo♥okno.be --- tel +32 2 410 9940