okno.be
= [ code31.org mxHz.org so-on.be ]

 

BACK:
guy van belle/ xgz  

interview met guy van belle

sébastien conard     print
 
friday may 26, 2006
 
SC: Inzake materiaal is het soort kunst waar u mee bezig bent meer gekenmerkt door de dualiteit tussen materieel en immaterieel. Hoe staat u daar tegenover?

GVB: Ik kom eigenlijk uit de computermuziek en oorspronkelijk uit de literatuurstudies en linguistiek. Vanaf eind jaren ’80 heb ik de traditionele instrumenten links gelaten en puur digitaal beginnen werken. Er bestonden toen zeer weinig computerprogramma’s voor creatieve activiteiten omdat de meeste computerkunst werd gemaakt door mensen die zelf programmeerden. Ik had het geluk veel mensen te kennen (sinds mijn vijftiende en later) die reeds met computerkunst en -muziek bezig waren. Dan ben ik echt “computerkunst” beginnen maken. Voor heel wat mensen betekent dat per definitie een mulitdisciplinaire kunst. Dat bevestigde gisteren (donderdag 25/05/06 – okno day 02) nog Peter Beyls, zelf een pionier in het vak. Mensen vragen mij dus soms: “wat doe jij nu?” Wel, een beetje van alles maar met nadruk op klank. De intrede van een term als “klankkunst” maakt het ook mogelijk dat multidisciplinaire te benadrukken.

Wat heb ik de laatste jaren gedaan? De meeste zaken zijn software-gebaseerd. Ik werk zeer weinig met physical computing (sensoren en motoren). In Duitsland noemen ze die software-kunst ”netzkunst”. Ik ben ook voornamelijk bezig met die netwerken. Vanavond doe ik een performance met real time gegenereerde patronen, op basis van algoritmen hieruit ingegeven en uit Beijing en Tokyo (Society of Algorithm). Het volgt het principe van convolution. De algoritmen spelen op elkaar in en het geheel is visueel en auditief gerenderd.

SC: Daarnaartoe zit als het ware al een evolutie in uw werk, gezien u komt van werken als Rover Walter Walter ?

GVB: Ik zou het niet echt een “evolutie” noemen. Wij (machine centr’d humanz) zijn altijd geïnteresseerd geweest in robotica, maar niet robotica op zich maar dan art bots. We vinden daarvoor de artificiële intelligentie opnieuw uit vanuit artistieke hoek. Rover Walter Walter was ons eerste model dat een autonoom een creatieve activiteit uitvoerde. Hij sampelt geluid en beeld uit zijn perceptie naar een creatieve output… dus net hetzelfde wat ik doe, wat wij mensen doen.

SC: Maar nu bent u vooral met netwerken bezig…

GVB: Dat is hetzelfde.

SC: Is er dan geen vraag naar dematerialisatie?

GVB: Ik ben daar niet mee bezig. De installatie thoughts go by air zijn vliegende robotten die een autonoom sensorennetwerk vormen. Ze connecteren onder elkaar, vormen een mini-netwerk en vormen een choreografie gebaseerd op de perceptie van de andere.

SC: Het gaat hem vooral over het netwerkgegeven, de vraag naar de materialiteit of een dualiteit tussen materie en dematerialisatie stelt zich dus niet.

GVB: Ik ben een anti-dualist, dus voor mij is dat hetzelfde. Zelfs meer, die art bots hebben dezelfde eigenschappen als mensen. Ze hebben dus eenzelfde bestaansrecht gezien hun autonomie.

SC: Vandaar het gesprek vandaag over netwerken, zowel over computers als mensen…

GVB: Er is een verschil maar je mixt ze, het worden hybride netwerken. Er is alvast geen dualiteit tussen de reële wereld en de virtuele wereld, het is één geheel. Als je bijvoorbeeld een e-mail stuurt naar iemand zijn dat machines die onderling connecteren maar ook mensen. Het is een machine-mens-interactie.

SC: Zijn er op puur artistiek vlak bepaalde thema’s die je wilt bereiken, bijvoorbeelde bepaalde audiovisuele resultaten?

GVB: We zitten ongetwijfeld in een traditie van abstractie. Ik ben nooit gecharmeerd geweest door postmodernisme en op de vorige stromingen had ik ook al enige kritiek. Ik was altijd aangetrokken door het experimentele omdat je onverwachte zaken krijgt. Het research-aspect daarin is zeer aantrekkelijk. Dat kan ook in andere disciplines. Kijk maar naar een Rauschenberg die in alle disciplines die hij aanging experimenteel tewerk ging.

SC: Het blijft toch een andere manier van werken. Hoe zit het met het participatie-aspect?

GVB: Mijn werken zijn niet exclusief partifipatief. Hier staat nu een installatie, this inaudible city sounds, gebaseerd op ultrasone klanken gecombineerd met de lectuur van het boek Istanbul van Pamuk over het Ottomaanse Istanbul van zijn jeugd, dat nu niet meer bestaat en dus in principe een virtuele stad is. Ik heb dat werk ingescand en op basis daarvan een matrix opgesteld. De klanken uit de omgeving worden opgevangen en volgens die matrix naar beelden geïntrapoleerd. Daardoor is de bezoeker in feite niet participatief maar storend. De computer neemt de klanken waar van die bezoekers en betrekt ze in zijn berekeningen.

SC: In zekere zin gaat dit wel om een vorm van participatie.

GVB: Interactie gebeurt op verschillende vlakken: tussen mensen, tussen mensen en machines, tussen machines. In mijn werk zijn die drie soorten interacties steeds op een niet-discriminatieve manier te vinden.

SC: Uw meeste projecten zijn samenwerkingen, werkt u ook alleen?

GVB: Ik wordt wel soms gevraagd voor solo-performances. Maar het meeste wat ik doe komt uit principe uit gezamenlijke creaties. Ik gebruik bepaalde codes van anderen zoals ik ook zelf codeer en codes doorgeef aan anderen. Soms weet ik het niet meer. Voor de performance deze avond heb ik een code doorgestuurd naar Junior (Isjtar) in Beijing die hij bewerkt en ook Akihiro (Kubota) in Tokyo bewerkt en terugstuurrt. Als je niet meer weet dat het van jou is, dan zit het goed.

SC: Geeft dat ook een goed gevoel? Een soort van troost in de samenwerking?

GVB: Ja, je voelt je echt “samen” met die mensen. Je neemt ze ook waar in die zaken. Mijn solo-werken steunen ook altijd op inzichten en principes die samen ontwikkeld zijn. Er vindt in feite een omkering plaats. Ik heb ooit een pamflet geschreven, die online staat: Kunst in de 21ste eeuw. Daarin stel ik dat met de 21ste eeuw men steeds één naam gebruikt voor een groep artiesten, net het omgekeerde van wat voordien gebeurde. De meeste werken die ik ken zijn door collectieven gemaakt, van twee tot meer personen. Mijn solo-werken maak ik ook uit een soort van melancholie om de anderen, om die samenwerkingen. Ik laat ook voor diezelfde reden mijn machines veel beslissingsrecht. Als machines op iets onverwachts komen is dat trouwens meestal radicaal, bij mensen kan dat soms heel slecht zijn of voorspelbaar. We mogen machines dus wel meer krediet toekennen.

SC: U werkt dus met kleine groepen, straks met drie of met meer (Society of Algorithm). Probeert u het publiek te integreren?

GVB: Ik integreer geen publiek. Ik stap af van die scheiding publiek/participanten.

SC: Ja, maar is er een saturatie van het aantal participanten in jullie artistieke netwerken of kun je evolueren naar de betrekking van nog meer personen?

GVB: Ik heb al werken gedaan met veel mensen, met vijftien en meer, wat zeer veel is. De enige beperking is dan de internetconnectie. Dat was toen in De Waag waar we konden werken op een gigabyte-netwerk. We konden met veel werken en ik heb daar ook veel ervaring opgedaan.

SC: Droomt u dan niet van een kunst met veel participanten?

GVB: Nee, ik droom… zeer abstract.

SC: Maar het blijft een hele herdefiniëring van hoe kunst wordt gemaakt.

GVB: Oh, we zijn daar al vijftig jaar mee bezig. Dat gaat natuurlijk maar zeer traag. Televisie heeft maar traag zijn ingang gedaan. Dat was trouwens een flop voor de kunstwereld… Het gaat zeer traag. Dat komt door de sterkte van de traditie en de invloed van meer conservatieve groepen die de situatie willen bevriezen. Zo vindt je in de kunst een zeer groot pragmatisme.

SC: Dat leidt ons naar de interessante topic van politiek en kunst. Wat is specifiek uw visie daarop?

GVB: Ook hierin ben ik erg anti-dualistisch. Voor mij vallen de artistieke creaties niet los te koppelen van de socio-culturele omgeving. Ik heb het hier niet over die soort politiek in de trant van “de minister van cultuur is slecht” maar wel dat kunst steeds een politieke daad is in een maatschappij. David Tudor heeft bijvoorbeeld zeer radicale werken gemaakt en stelde dat hij als politiek kunstenaar de esthetiek en de perceptie wilde veranderen. Ooit heb ik een workshop gegeven, Political art for laptoppers. Het was een interessant experiment rond een mooie gedachte: dat het artistiek inspelen op een socio-culturele omgeving een politieke daad is. Het gaat hem om de wil om te participeren en om samen te werken. Ik zeg ook eerlijk dat ik tegen copyright ben. Sinds 2002 ben ik ook afgestapt van cd-opnames en commerciële activiteiten. Het is een andere wereld sinds de open source en de opgang van een alternatieve computeromgeving die los staat van de commerce. Linux is het beste voorbeeld van zo’n collaboratie en geldt voor mij als een cultureel-artistiek project. Een ander interessant voorbeeld hiervan is wat zich afspeelt in Oost-Europa. Daar is een veel grotere overlapping van extreme politieke groepen. Zo vragen neonazi’s aan anarchisten om mee te demonstreren onder het leugenachtig motto “we zeggen hetzelfde”. Zo is de Roemeense Indymedia geïnfiltreerd door het rechtse Altermedia.

SC: Wat is dan de politieke lading van wat u in de introductie op het OKNO-festival omschrijft als ”the will to connect”?

GVB: Ik moet ten eerste opmerken dat ik in een zeer elitaire, experimentele hoek zit. Dat moet men steeds onthouden. Verder probeer ik het wel te koppelen. Ik ben zeer nieuwsgierig in wat gebeurt in het “Nieuwe Europa”. Ik woon zelf al een half jaar in Slovakije dat niet onze politieke traditie heeft. Daar zie je echt de kolonisatie door de Westerse maatschappijen en bedrijven. Onze lange traditie van emancipatie staat hier onder druk van het neoliberalisme, daar wordt het radicaal onderuitgeveegd.

SC: Maar is de ”will to connect” een alternatief?

GVB: Ik probeer autoritaire systemen te ontmantelen, zoals bijvoorbeeld de radio met zijn broadcasting, wat geen open systeem is. Ik doe topologische experimenten met technologie om een niet-hiërachisch netwerk te creëeren voor de productie, de perceptie en de appreciatie van gedistribueerde audiokunstwerken. Zo zal ik in oktober voor FM Media, een vereniging van alternatieve zenders, een workshop geven en een structuur helpen opbouwen. Dat gaat door bij Radio Revolt in het Duitse Halle.

SC: Als je aan het woord kunstenaar een ander moet koppelen kiest u dan voor kunstenaar-researcher of kunstenaar-…

GVB: Dat kan van alles zijn, ik ben niet vies van het woord “kunstenaar”. Ik heb ook werken gedaan voor het theater met geluidsopnamen en motion tracking en dat is in feite “regisseur” maar dat is voor mij een veel te grafisch begrip. In de muziek is dat minder een tegenspraak. Je hebt wel een hiërarchie van “componist” en “director” en “uitvoerders” maar in de avant-garde is alles meer gemengd, zoals met de instant composing. De theater is meer bevroren…Ik heb het gevoel dat de Romeinen met hun amfiteaters verder stonden dan wij met onze dwaze schoendozen.

SC: Zijn de digitale media een redding?

GVB: Het kan een opening zijn. Vaak is het maar een prop. Met een hamer kun je bij wijze van spreken alleen kloppen. Met een computer kun je alle richtingen uit. Met een hamer kun je niet zo multidiscplinair werken. De computer is ideaal om de nieuwsgierigheid te oefenen, om te experimenteren.

SC: U heeft het ook over Against ‘save as...’

GVB: Dat was een anekdote. Ik werk vaak zeer spatieel zowel visueel als auditief. De positie in de ruimte speelt veel mee. Iemand vroeg me eens over een installatie: “je bewaart dat toch?”. Tuurlijk niet, voor ik het weet eindigt het in een museum of een galerij en wordt het verkocht!

SC: U wilt dus een kunst die efemeer is en dynamisch?

GVB: Tijdelijk ook. Ik heb niet de neiging naar bewaren en databases en dergelijke meer. Ik doe dat enkel onder bepaalde omstandigheden en met bepaalde doelstellingen. Het is meteen ook een bevraging van het medium, van archivering, van copyright. Ik wil daar los van staan.

SC: Ik sluit graag af met uw invloeden. U refereert ondermeer naar Tony Conrad?

GVB: Ik heb een aantal werken gemaakt rond Tony Conrad en verwante groepen. Ik heb daar een enorme appreciatie voor. Ook voor Peter Beyls, die hier gisteren was…Ik zie bij u Kropotkin. Dat is iets heel anders. Die heeft één van de mooiste werken over samenwerking geschreven, Mutual Aid. Maar ook Bakoenin die ons aanspoort om over persoonlijke verschillen te gaan ten voordele van een grotere samenhang. Ik denk ook aan Makhno met zijn anarchistisch experiment in Oekraïne. Het zijn allemaal mensen die los staan van het autoritaire en van de pragmatiek. Dit is nog steeds de kwaal. De overheid schrijft bijvoorbeeld een artistiek thema uit en al die kunstenaars gaan dan daarrond werken! Ik doe ook soms opdrachten maar je moet daar niet in overdrijven.

SC: En Mukarowski?

GVB: Ja, omdat hij veel met esthetica bezig was. Maar er zijn er zo meer. Ik ben zeer veel in Centraal- en Oost-Europa en ik kom daar veel mensen tegen die uniek denken en uniek leven. Zo is het niet toevallig dat de field mathematics uit die denktrant zijn ontsproten. Dat ligt dicht bij netwerken: sociale, culturele, neurale… De grote vraag voor velen is kun je daar ook kunst mee maken? Dat is mijn vraag niet.


 

 


 

okno --- koolmijnenkaai 30/34 --- 1080 brussels --- belgium --- steklo♥okno.be --- tel +32 2 410 9940